<

Wandelroute: Wandelen in Wenum Wiesel

route

De werkgroep Natuur en Landschap heeft op initiatief van de Dorpsraad Wenum Wiesel panelen geplaats op zes in cultuurhistorisch opzicht interessante plekken. De wandelroute leidt u langs deze zes panelen en langs nog een drietal bijzondere locaties in en om Wenum Wiesel. Lengte: ongeveer 9 kilometer.

1. Wenumse Watermolen

Wenumse Watermolen

Al in het jaar 1313 stond er op deze plek een watermolen. Oorspronkelijk was het een korenmolen, maar  Daniël Daniëlszn. de Jongh, de man aan wie we de Rotterdamse Kopermolen te danken hebben, bouwde de watermolen in 1768 om tot kopermolen. Hij was ook degene die de molenvijver (een 'wijer') liet graven en de molenbrug liet metselen. In de brug is nog een steen te vinden met zijn signatuur 'D de J. '

In de loop van de eerste helft jaar van de 19e eeuw raakte het koperbedrijf in verval. De molen werd daarom in 1858 door de nieuwe eigenaar Peter Kok Ankersmit, een Apeldoornse leerfabrikant, weer tot korenmolen verbouwd en aangevuld met een runmolen. In een runmolen werd eikenschors vermalen tot run, een zuur vocht dat werd gebruikt in de leerlooierij.

Aan het eind van de 19e eeuw kwam de molen in bezit van H. van Bree en C.H. Weverink. Van Bree bezat het maalbedrijf, terwijl Weverink de runmolen ombouwde tot een fabriek voor de bereiding van Zwitserse kaasjes.

Na een uitgebreide restauratie tussen 1979 en 1983 kwam de molen in beheer bij de Stichting De Wenumse Watermolen die ook de zaal achter het molengebouw verhuurt voor bruiloften en partijen, eventueel gekoppeld met een bezoek aan de molen.
Af en toe wordt het maalwerk ook weer aangezet.

In 1987 werd er een monumentale rosmolen (ook wel aangeduid als tredmolen) naast de molenaarswoning geplaatst

De Wenumse Watermolen heeft de status van rijksmonument. Hetzelfde geldt voor de er bij behorende molenaarswoning.

Een derde bouwwerk in het complex, het kaaspakhuis, werd eind jaren '80 gesloopt

2. Wenumse beekdal

Wenumse beekdal

Het dal van de Wenumse beek biedt grote kansen voor de natuur. Door hoogteverschillen komen hier verschillende grondwaterstromen (kwel) aan de oppervlakte. Mede daardoor komen er bijzondere plantensoorten voor die kenmerkend zijn voor een beekdalflora.
Om de natuurwaarde nog verder te verhogen wordt het weiland al sinds 1974 verschraald. Dit gebeurt door maaien en afvoeren van het hooi en het achterwege laten van bemesting.
In 2007 is de oorspronkelijke loop van de Wenumse beek opnieuw aangelegd. Tevens is er een vistrap gemaakt, zodat vissen de barrière van de Wenumse Watermolen kunnen passeren. De beek is nu in het oosten door een vistrap met de Grift verbonden. Dit gaat met meer beken gebeuren, zodat beekvissen van de ene beek via de Grift naar de andere beek kunnen komen. Op die manier wordt hun leefgebied vergroot.
Het weiland is niet toegankelijk voor publiek in verband met kwetsbaarheid van de vegetatie.

3. Wijsßchelsche enke

Wijsßchelsche enke

Buurtschap Wiesel is een kampenlandschap. Dit is een gebied met kleine eenmansenken. De basis voor deze landbouwgemeenschap waren de schapen die in potstallen werden gehouden. De schapen gingen over de driften naar de heidevelden. De gezamenlijke kudde schapen werd gehoed door een schapenhoeder. Op het einde van de dag keerden de schapen terug in de potstal van de eigenaar. De daar gedeponeerde uitwerpselen gemengd met heideplaggen werden gebruikt als mest voor de landbouwgronden. Daardoor is een dik pakket landbouwgrond ontstaan. Op de hoek is nog een gerestaureerde potstal zichtbaar. Men zegt dat dit rond 1900 de laatste potstal was die in Wiesel nog in gebruik was.
In het landschap is het beekdal zichtbaar van de Meibeek, een opgeleide beek en een van de bovenlooparmen van de Wenumsebeek. Aan deze beek, voorbij de potstal, heeft vroeger een molen gestaan. Later werd er een wasserij in gevestigd. Thans is dit een woonhuis.

4. Zandhegge

Zandhegge

De Greutelseweg is een middeleeuwse handelsweg over de Veluwe vanuit Duitsland langs Doesburg naar Elburg. Door te intensieve afplagging van de heide voor de potstallen in de 18e en 19e eeuw is stuifzand ontstaan wat de Greutelseweg destijds onbegaanbaar heeft gemaakt. De oude weg liep hier rechtdoor, is nu verdwenen en komt pas weer bij Gortel te voorschijn. De nieuwe Greutelseweg maakt hier nu een scherpe bocht. Aan de overzijde van de Greutelseweg treft u nog enkele sprengkoppen aan van de Meibeek.
Het stuivende zand was een bedreiging voor de landbouwgronden in Wiesel. In de 18e eeuw heeft men daarom ter bescherming een akkerrandwal met eiken en beuken aangelegd van enkele kilometers lang. Doordat de wal aangroeide met stuifzand is hij nu plaatselijk wel 10 m hoog.
De Zandhegge was vroeger een heide- en stuifzandgebied met vliegdennen. Het heeft een rijke flora en fauna met mossen en korstmossen, bosbessen, vossenbessen, jeneverbessen, kraaiheide en dopheide. Het is het leefgebied van reeën, dassen, uilen en verschillende roofvogels.

5. Prehistorische grafheuvels

Prehistorische grafheuvels

Aan de Wieselseweg links en rechts van het woonhuis liggen twee gerestaureerde grafheuvels.
In de hele late prehistorie zijn grafheuvels gebouwd van Late Steentijd zelfs tot in de Romeinse tijd. In de heuvels konden zowel graven als crematies met bijgiften liggen en ook dierengraven of alleen maar aardewerk. Deze heuvels zijn niet archeologisch onderzocht, maar in één zijn wel scherven van klokbekeraardewerk gevonden die dateren uit ca. 2500-2000 v.Chr.
Verderop in het Kroondomein hebben in 2007 t/m 2009 belangrijke opgravingen van meerdere grafheuvels en hun omgeving plaatsgevonden (zie www.grafheuvels.nl).
Op de Wieselse enk zijn sporen gevonden uit de steentijd en ijzertijd zoals vuursteenafslagen en aardewerk. De kans is groot dat zich onder de enk nog meer archeologische resten bevinden die door het dikke landbouwdek beschermd worden.

6. Tracé Rijksweg 50

Tracé Rijksweg 50

Omstreeks 1930 is men begonnen met grondwerk voor de aanleg van Rijksweg 50, een nieuwe verbinding Apeldoorn-Zwolle. Omdat voor de aanleg van het tracé o.a. grond nodig was van de paleistuin op het Loo, heeft, zo zegt men, koningin Wilhelmina indertijd de bouw stop gezet. De twee zandbulten bij de Wieselsekampweg zijn de verhogingen voor de aanleg van een viaduct voor de op- en afrit. Het gehele tracé is nu nog duidelijk herkenbaar in het Wieselse landschap als een langgerekt perceel zonder bomen.
De brug bij de vistrap gaat over de Wenumsebeek die uitmondt in de Grift. Aan de Wenumsebeek hebben in de 17e eeuw vijf watermolens gestaan. Aan de oostkant is de wijerd (= een voorraad water) zichtbaar van de voormalige Rotterdamse Kopermolen. Deze molen is in de 17e eeuw gebouwd als papiermolen. In de 18e eeuw werd de molen omgebouwd tot een kopermolen waarvoor ook de wijerd werd aangelegd. In die tijd was er een grote vraag naar koperen platen voor de bekleding van houten zeeschepen en koperen suikerketels voor plantages in West-Indië. In de 19e eeuw werd de molen omgebouwd voor machinale houtbewerking en was het tevens een luciferfabriek.

7. Rotterdamse Kopermolen

Rotterdamse Kopermolen

In 1753 kocht de Rotterdamse koperhandelaar Daniel Danielzoon de Jongh (1721-1796) de Pannekoekmolens en de papiermolen op de Wildkamp. (Later zou De Jongh ook nog de Wenumse Watermolen kopen.) De Jongh bouwde de Pannekoekmolens om tot kopermolen. De molen op de Wildkamp verkocht hij weer.
Op het terrein bouwde De Jongh een eenvoudig buitenhuis dat bestond uit uit een koepel en twee zijkamers. Later werden er twee kleine vleugels aan toegevoegd. Naast het huis werd een park aangelegd met lanen en een klein sterrenbos langs de Zwolseweg. Na het overlijden van De Jongh werd zijn neef en naamgenoot eigenaar van de bezittingen. Hij breidde het buiten uit en liet een nieuwe vijver aanleggen. Rondom die nieuwe vijver verscheen een park in landschapsstijl.

De kopermolen hield in het midden van de negentiende eeuw op te draaien. Op het terrein werd vervolgens een 'Fabriek van houtbewerking'; later Apeldoornse Luciferfabriek gevestigd. In die tijd is een extra vijver aangelegd, waarschijnlijk om het hout te wateren voordat het gezaagd werd.
In 1887 werd de buitenplaats verkocht en kreeg de naam Eikenhorst. Het landhuis is in 1916 gesloopt en vervangen door een huis dat dichter bij de Zwolseweg lag. Ook dit is inmiddels gesloopt.
Bewaard gebleven zijn het koetshuis uit 1803 en de boerderij uit 1728. Ook de grote waterval van de watermolen is nog aanwezig.

Voor meer informatie kunt u de webpagina raadplegen die een nazaat van neef Daniel de Jongh heeft gemaakt over de geschiedenis van de Rotterdamse Kopermolen.

8. Nemef en Gerfa

Nemef/Gerfa

Begin 20e eeuw was op deze plek de Stoommetaalwarenfabriek Louwmans & Co gevestigd. In eerste instantie was Louwmans een groenteconservenfabriek, daarna werd het een fabriek van metaalwaren. Vervolgens was het gedurende korte tijd een wasserij, om uiteindelijk zijn bestemming (terug) te vinden als Nederlandsche Meubelsloten Fabriek (Nemef). Dat was in 1921 en als Nemef ging het bedrijf mee in de vaart der volkeren. Aanvankelijk produceerde de fabriek onder leiding van directeur W. Knapp alleen meubelsloten, maar al snel breidde het assortiment zich uit met huisdeursloten en ander hang en sluitwerk. Vooral in de wederopbouwjaren, toen in Nederland honderdduizenden woningen uit de grond gestampt werden, deed Nemef goede zaken. Al die huizen moesten immers sloten hebben, op de voor- én de achterdeuren. Vanaf 1960 belandde Nemef via verschillende fusies steeds meer in multinationaal vaarwater en raakte het steeds verder verwijderd van zijn Wenumse roots.

Naast Nemef zat de gereedschappenfabriek van Gerfa op deze plek. Ook dit bedrijf is inmiddels verdwenen en met name de sloop van het fabrieksgebouw dat in 1958 door H.A. Maaskant werd ontworpen mag worden betreurd. Maaskant is vooral bekend van zijn werk in het westen van het land (o.a. de Euromast, de pier van Scheveningen, Johnson Wax in Mijdrecht). Hij had in 1955 ook al in Vlaardingen een fabriek voor Gerfa gebouwd en bracht met het bedrijfspand dat hij hier aan de Papegaaienweg realiseerde een stukje functionalisme in Wenum. Gerfa is inmiddel uitgeweken naar Vaassen.

Voor Gerfa-directeur Bénard ontwierp het bureau van Maaskant in 1960 ook een villa aan de Bosweg, die inmiddels op de gemeentelijke minumentenlijst staat.

9. Stopplaats Wenum

Stopplaats Wenum

In 1877 werd de Koninklijke Nederlandsche Locaalspoorweg-Maatschappij (KNLM) opgericht. Een jaar
eerder was de Oosterspoorweg (Amsterdam-Amersfoort-Apeldoorn-Zutphen) gereed gekomen en de KNLM legde zich toe op de aanleg van spoorlijnen vanuit Apeldoorn. In 1887 werd de lijn tussen Apeldoorn en Hattem in gebruik genomen. In Vaassen werd een station gebouwd, Wenum kreeg een halteplaats. Het personenvervoer werd gestaakt in 1950, daarna is de lijn nog een tijdlang gebruikt voor
goederenvervoer. De laatste trein op het baanvak Apeldoorn-Heerde reed in 1972. Daarna zijn de rails opgebroken en werden delen van de lijn ingericht als fietspad. Bij Wenum is mooi te zien dat men de spoorlijn zo vlak mogelijk heeft aangelegd. In het dal van de Wenumsche Beek ligt een spoordijk, op de Wenumsche Enk is de lijn ongeveer een meter ingegraven.

10. Spoortracé Apeldoorn-Zwolle

Spoortracé Apeldoorn-Zwolle

Wenum wordt doorsneden door de vroegere spoorverbinding Dieren - Zwolle. In 1887 is de voormalige 'Lokaalspoorweg Koning Willem III' in de volksmond 'het Baronnenlijntje' genoemd, geopend. Het was een initiatief van de burgemeesters (dit waren allen baronnen) van de aanliggende plaatsen. De passagiersdienst werd eind 1950 gestopt en in 1972 reed hier de laatste goederentrein. Het tracé van de spoordijk is nu een recreatief fietspad. De spoorlijn is aangelegd op een speciale fundering van wit zand. Daardoor groeien er op het spoortracé bijzondere plantensoorten die gebonden zijn aan voedselarme grond.
De bermen fungeren als ecologische verbinding voor kleine zoogdieren, vlinders en insecten. Als u bij de kruising van de Astaweg de weg in westelijke richting volgt komt u bij de Wenumse watermolen die al in het jaar 1313 wordt genoemd.

Open deze route binnen Geheugen van Apeldoorn

Kaartgegevens ©2018 Google