terug

Molenaarswoning

Molenaarswoning

Oude Zwolseweg 160

1882

Meer informatie over dit punt op Geheugen van Apeldoorn

Molenaarswoning met aangebouwd bedrijfsgedeelte, gelegen ten zuiden van de Wenumse watermolen. Het pand wordt omgeven door de grotendeels behouden erfstructuur, bestaande uit een grindpad met aan de straatzijde een rij leilinden. De molen en de waarschijnlijk toen al bestaande woning met achterhuis komt al voor op een kaart uit 1708. In 1858 was het pand als runmolen in gebruik onder Peter Kok Ankersmit, een leerfabrikant uit Apeldoorn. In 1882 liet C.H. Weverink het pand verbouwen voor de vervaardiging van Zwitserse kaas. Hiervoor werd het achterhuis van de molenaarswoning voorzien van een extra verdieping voor het drogen van de kaas. Rond de eeuwwisseling heeft men een oorspronkelijk losstaande schuur aan de achterzijde van de linker zijgevel aangebouwd. Onder molenaar Van Bree werden het pand en de molen weer gebruikt voor het malen van graan, waarvoor het nu nog bestaande pakhuis op nummer 158 werd gebouwd. Ook werd aan de linker zijgevel van de molenaarswoning een aanbouw van één bouwlaag geplaatst.

Het gedeeltelijk onderkelderde pand heeft een rechthoekige plattegrond en bestaat sinds de wijziging in 1882 eigenlijk uit twee in elkaar geschoven bouwdelen. De lagere molenaarswoning heeft boven een gecementeerde plint wit gepleisterde gevels met schijnvoegen en telt een enkele bouwlaag. Aan de onderzijde van de verschillende vensters bevinden zich gecementeerde lekdorpels. De gevels worden afgesloten door een aangekapt schilddak met verbeterde Hollandse pannen en een omlopende bakgoot. Het bedrijfsgedeelte telt twee bouwlagen en heeft boven een omlopende gecementeerde plint in kruisverband gemetselde gevels onder een zadeldak met verbeterde Hollandse pannen en twee zinken mastgoten. Het pakhuis heeft op de begane grond gemetselde lekdorpels (tenzij anders vermeld) en op de verdieping een doorgetrokken gemetselde waterslaglijst. De gevel op de verdieping is voorzien van naar binnen draaiende 3-ruits ramen, afgesloten door halfsteens rollagen.

De op de molen georiënteerde, symmetrisch ingedeelde voorgevel heeft boven de plint vier T-schuiframen. Boven de bakgoot is het dakschild voorzien van een aangekapte dakkapel, voorzien van een 4-ruits schuifraam en eenvoudig uitgevoerde wangen. De dakkapel wordt afgesloten door een beschoten topgevel met daarboven een zadeldak met eenvoudige windveer. Achter het aangekapte schilddak bevindt zich de verhoogde gevel van het bedrijfsgedeelte, voorzien van een windveer en een gemetselde schoorsteen.

De linker zijgevel heeft een in kruisverband gemetselde aanbouw, voorzien van een trasraam dat wordt afgesloten door een halfsteens rollaag. Alle ramen van de aanbouw zijn voorzien van gemetselde lekdorpels. De rechter zijgevel van de aanbouw is voorzien van een T-schuifraam, afgesloten door een halfsteens rollaag. Het schuifraam wordt geflankeerd door twee klapramen, afgesloten door steense rollagen. De voorgevel van de aanbouw heeft een T-schuifraam met gecementeerde lekdorpel en wordt afgesloten door een halfsteens rollaag. De linker zijgevel van de uitbouw is voorzien van een deurkozijn met recente deur. De gevels van de uitbouw worden aan de bovenzijde afgesloten door een geprofileerde daklijst. Boven de aanbouw heeft het dakschild een identiek uitgevoerde dakkapel als het dakschild van de voorgevel. Links van de aanbouw heeft de gevel op de begane grond boven de plint twee rechthoekige vensters met gecementeerde lekdorpels. De vensters worden afgesloten door wit gepleisterde geprofileerde lateien. Binnen de vensters bevinden zich 4-ruits stolpramen met 2-ruits bovenlicht geflankeerd door twee opgeklampte zonneluiken. Links van de vensters bevindt zich een deurkozijn met opgeklampte houten deur. Boven de vensters is de verdieping voorzien van vijf 3-ruits draairamen. Deze worden met uitzondering van de meest linkse paarsgewijs van elkaar gescheiden door drie lisenen. De belendende rechter zijgevel van de aangebouwde schuur heeft boven de plint op de begane grond een deurkozijn, voorzien van een opgeklampte deur die wordt afgesloten door een steense segmentboog. Boven de deur is de gevel op de verdieping voorzien van een 3-ruits draairaam. Links naast de deur bevindt zich een dwarsgeplaatst stalraam met opgeklampte zonneluiken. Het raam wordt afgesloten door een halfsteens segmentboog. Links van het raam bevindt zich voor de gevel de oorspronkelijke waterpomp. Het aangekapte lessenaarsdak van de aanbouw is boven de gevel voorzien van een eenvoudige houten windveer. Achter de windveer bevindt zich in het dakschild een hoge gemetselde schoorsteen. Aan het uiteinde is het dakschild voorzien van een zinken mastgoot. De voorgevel van de aangebouwde schuur heeft aan de rechterzijde een dwars geplaatst 3-ruits venster met steense rollaag. Links hiervan heeft de gevel een tweedelig opgeklampte deur. Links naast deze deur bevindt zich een enkele opgeklampte deur. Aan de linkerzijde van deze deur heeft de gevel een dwarsgeplaatst kozijn, voorzien van een 2-ruits raam en afgesloten door een halfsteens segmentboog.

De rechter zijgevel heeft op de begane grond van de gevel van de molenaarswoning een deurkozijn, voorzien van twee gekoppelde enkelruits naar binnen draaiende deuren met enkelruits bovenlicht. Rechts hiervan bevindt zich in een niet gepleisterd deel van de gevel de toegang. Deze bestaat uit een deurkozijn met paneeldeur, voorzien van twee glaspanelen met daarvoor art nouveau roosters. Rechts van de toegang is de gevel van het bedrijfsgedeelte ingedeeld in verdiepte muurvlakken die worden gescheiden door (op de begane grond) getrapte lisenen. Tussen de verdiepingen bevindt zich een uitgekraagde doorlopende horizontale band. Rechts van de ingang heeft de gevel van het bedrijfsgedeelte naast elkaar twee T-schuiframen binnen vensters met gepleisterde dagkanten en een gepleisterde geprofileerde latei. Onder de schuiframen bevinden zich gecementeerde lekdorpels. Rechts van de schuiframen heeft de gevel in de drie verdiepte muurvlakken tussen de hoeklisenen telkens één tweedelig kozijn met twee 4-ruits draairamen, afgesloten door anderhalfsteens strekken. De verdieping van de gevel is tussen de lisenen voorzien van telkens twee naast elkaar aangebrachte 3-ruits draairamen. Het meest rechtse gevelvlak van de verdieping heeft slecht één 3-ruits draairaam. De achtergevel is tussen twee hoeklisenen in het midden voorzien van een dubbele deeldeur, afgesloten door een steense segmentboog. De deeldeuren worden aan beide zijden geflankeerd door 2-ruits ramen afgesloten door halfsteens rollagen. Boven de deeldeuren bevindt zich een dubbel opgeklampt zolderluik. Aan beide zijden van het luik zijn sporen zichtbaar van voormalige vensters. Boven twee muurankers bevindt zich in de topgevel nog een enkel opgeklampt zolderluik, afgesloten door een halfsteens rollaag. Boven de topgevel bevindt zich een eenvoudige houten windveer. Naast de rechter hoekliseen bevindt zich het iets terugspringende gevelvlak van de aangebouwde schuur. Hierin bevindt zich op de begane grond aan de linkerzijde een enkele opgeklampte deur, afgesloten door een steense segmentboog. Boven de deur heeft de gevel een opgeklampt zolderluik, eveneens afgesloten door een steense rollaag. Rechts hiervan bevindt zich een rond 4-ruits stalraam. De rechterzijde van de gevel heeft op de begane grond een dubbele opgeklampte deeldeur, afgesloten door een steense segmentboog. Boven het gevelvlak van de aanbouw bevindt zich een eenvoudige windveer.

Het interieur van woonhuis en bedrijfsgedeelte is grotendeels intact gebleven. De indeling van het huis bestaat uit een woonvertrek links van de toegang met oorspronkelijk schouwomhulsel van hout (betegeling 50er jaren), met daarachter een slaapkamer. Rechts van de slaapkamer bevindt zich de onderkelderde keuken (eertijds liep de kelder veel verder door), met schouw en fraaie tegelvloer van rond ca. 1882. Rechts van de toegang bevindt zich een vertrek waar de rechter zijwand nog de oorspronkelijke bedsteeruimten bevat. De bovenverdieping heeft enkele slaapvertrekken met oorspronkelijke verticale lambrizering van kraaldelen. Het pand bezit nog de oorspronkelijke balklagen, paneeldeuren en vloeren. Het voormalige, later verbouwde, achterhuis heeft een middenlangsdeel met een bestrating van klinkers. Hierboven bevindt zich een betimmerde zolder waar men de kaas kon opslaan. In het achterhuis bevinden zich vijf ankerbalkgebinten.

Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed

Info Reacties Streetview