terug

Paedagogium Achisomog

Paedagogium Achisomog

Op 10 september 1933 werd, naast de 'moederinrichting' het Apeldoornsche Bosch, de eerste steen gelegd voor het kindertehuis Paedagogium Achisomog, dat bestond uit drie kleine paviljoens en een paviljoentje voor 'diepgestoorde kinderen', Benjamin. In elk gebouw woonden 24 kinderen. Ieder kind werd naar zijn karakter en aard behandeld. Door het samenleven in groepen wilde men de sfeer van een gezin zoveel mogelijk benaderen.
Het meisjespaviljoen heette Efraïm Manasse, de twee jongenspaviljoens kregen de namen Ruben Simeon en Naftali Zebulon. De naam Achisomog betekent 'Mijn broeder tot steun'. De kinderen die werden opgenomen hadden een verstandelijke beperking of waren moeilijk opvoedbaar. Ook verwaarloosde kinderen of kinderen die op het verkeerde pad dreigden te raken, konden ter observatie worden opgenomen. Een deel van de leerlingen kreeg les op een eigen schooltje op het terrein.

In de nacht van 21 -22 januari 1943 werden alle 1250 bewoners van het Apeldoornse Bosch en van het paedagogium; patiënten en verplegend personeel, door de Duitsers op transport naar Auschwitz gesteld. Daar zijn ze allemaal direct na aankomst gedood.

Op 8 april 1946 kon het Paedagogium Achisomog heropend worden, opnieuw onder leiding van directeur Ph. Fuldauer. De eerste jaren na de oorlog werden met name Joodse pleegkinderen opgenomen, van wie de ouders waren vermoord. Het aantal pupillen breidde zich uit tot 100 in 1960. In juli 1966 nam Groot Schuylenburg Achisomog officieel over.

 

Herinneringscentrum Kamp Westerbork

Info ReactiesAfbeeldingenVoorwerpen Streetview