terug

Houthandel G.Wijma & Zn.

Houthandel G.Wijma & Zn.

Oosterlaan Apeldoorn

Albert Wijma had in de tweede helft van de negentiende eeuw een houtbedrijfje in Friesland dat eikenhout leverde aan kleine scheepswerven in Noord-Holland, Friesland en Groningen. Het hout werd door hem zelf gehakt en met een tjalk bij zijn klanten afgeleverd. Omdat hij wist dat in de omgeving van het oude Loo, in de Soerense bossen, het door hem begeerde hout aanwezig was, besloot hij zijn bedrijf in Apeldoorn te vestigen en daar ook te gaan wonen.
Zijn zoon Gerard zag een grote toekomst in het houtbedrijf en begon na enkele jaren voor zichzelf een kleine zagerij die hij in 1897 aan de Oosterlaan vestigde. Stoomhoutzagerij Oosterlaan stond op de gevel van het houten gebouw te lezen. Jaren later is de naam veranderd in Houthandel G.Wijma & Zn. met als directieleden Gerard, Ab (broers) en Coen (zoon van Ab) Wijma. Gerard Wijma had de wind mee. Het ging goed met de economie en de industrialisatie kwam op gang. Het verkeer in de Nederlandse havens werd gestimuleerd en daarmee ook de scheepsbouw en -reparatie. Wijma profiteerde van de centrale ligging in Nederland, dichtbij het Apeldoorns Kanaal en de Kroondomeinen, wat de productieplaats van zijn grondstof was. Rijkswaterstaat en de Spoorwegen waren belangrijke klanten. Wijma werd binnen en ver buiten Apeldoorn een begrip.
Ongeveer driekwart eeuw was het bedrijf gezichtsbepalend voor de wijk Zevenhuizen en dan vooral het gedeelte dat later Welgelegen Noord zou worden. Naast de hoofdlocatie aan de Oosterlaan waren er in de naaste omgeving en langs het kanaal diverse opslagplaatsen, zogenaamde houtwallen. Stapels met lange dikke bomen, tijdelijk opgeslagen, werden aan- en afgesleept door de door paarden getrokken mallejans. Ze vormden ideale speelplekken voor de jeugd, al moest ze wel ongezien de toegang zien te passeren, want werfbaas van Zeist was de makkelijkste niet.
Tal van mannen uit de wijk en de wijdere omtrek hebben bij Wijma de kost verdiend voor hun gezin. Dat Wijma zich in 75 jaar ontwikkeld had tot een miljoenenbedrijf van wereldformaat met vestigingen over de gehele wereld is aan veel mensen voorbij gegaan. Wijma stond nu eenmaal niet wekelijks op de reclamepagina in de krant.
In de jaren zestig kreeg het bedrijf te maken met beperkingen. De bedrijfsgrond vormde geen aaneengesloten terrein en uitbreiding was op de bestaande locatie niet mogelijk door woningbouwplannen van de gemeente. Tevens werd het kanaal gesloten voor de scheepvaart. De groeiende internationale handel maakte het noodzakelijk om te kijken naar een vestigingsplaats met voldoende ruimte en geschikte verbindingen over water. De keus viel op Kampen waar een terrein beschikbaar was aan de pas aangelegde Haatlandhaven bij de IJssel. Op 1 mei 1972 startte de productie in Kampen en stopte die in Apeldoorn. Tot 1975 reden er nog personeelsbussen naar Kampen, waarna het doek viel voor de Apeldoornse vestiging. Nadat ook de karakteristieke kantoorvilla, geboorteplek en woonhuis van Ab, Gerard en Coen, verdween werden de terreinen van het bedrijf opgeslokt door de uitbreiding van Zevenhuizen.

Leven in Z7 : Zuidbroek Zevenhuizen verdwijnen verschijnen / Gemeente Apeldoorn

Info ReactiesAfbeeldingen Streetview