terug

Koninklijke HBS

Koninklijke HBS
route

Sinds 1872 is er door de Apeldoornse gemeenteraad wel gepráát over het oprichten van een Hogere Burgerschool, maar die komt er niet. Burgemeester J.A. van Hasselt is vóór evenals de redactie van de Apeldoornsche Courant, maar de gemeenteraad vindt het te duur.
In 1876 verzinnen burgemeester en wethouders een list: zij vragen via een omweg de koning zijn invloed aan te wenden om in Apeldoorn een HBS te realiseren, want op de hele Veluwe is nog geen middelbaar onderwijs te volgen. Misschien zou aan zo'n school een Bos- en Ooftboomschool kunnen worden toegevoegd. De koning reageert vlot en instemmend in een brief van 14 mei 1876, waarin hij meteen 10.000 gulden ter beschikking stelt (een geweldig bedrag in die tijd).
Weer volgt een eindeloze discussie in de raad. Maar als burgemeester Van Hasselt de raadsleden voorhoudt dat ze de koning toch niet kunnen bruuskeren, gaan ze akkoord.  Van Hasselt spoedt zich naar de koning om hem te vertellen dat de raad met algemene stemmen akkoord is gegaan…

De koning is vooral gecharmeerd van het plan vanwege de bosbouwschool. Daarom stelt hij later in 1876 uit de koninklijke domeinen ook nog eens 10 hectare grond ter beschikking als proeftuin voor de school van 'Boschcultuur'. Het gaat om een terrein in de buurschap Kerschoten. Omdat het ministerie van Koloniën geen subsidie verleent voor de exploitatie van de afdeling Bosbouw, gaat dit deel van het plan niet door. Een gemiste kans voor Apeldoorn naar later zal blijken, want de opleiding voor het 'Boschwezen in Indië' komt later in Wageningen en groeit daar uit tot de landbouwuniversiteit.
De HBS komt er wel, want het ministerie van Binnenlandse zaken geeft hiervoor wel subsidie.

De bouw van de school en een klein gymnastieklokaal valt samen met de aanleg van het Oranjepark. Architect is C.W.A. de Groot, Opzigter der Gemeentewerken, die een neoclassicistisch gebouw ontwerpt. De grond aan de Vijverlaan (later Jhr. Molleruslaan) wordt gekocht van H.C. van der Houven van Oordt voor 2349 gulden. Aannemer C. Emming bouwt de school voor een bedrag van 49.999,99 gulden. De koning neemt dus 20% van de bouwkosten voor zijn rekening!

Op 1 oktober 1877 wordt de school plechtig geopend in aanwezigheid van koning Willem III en zijn broer prins Hendrik der Nederlanden, bijgenaamd 'de Zeevaarder'. De school heeft in 1876 al het predikaat 'koninklijk' gekregen (dus voor de bouw!) en mag de naam van de prins dragen: 'Koninklijke Hoogere Burgerschool Prins Hendrik der Nederlanden', een naam die tot op de huidige dag op de gevel staat.
De cursus van 1877 start met 12 leerlingen, van wie de eerst ingeschrevene de zoon is van burgemeester Van Hasselt… Zij krijgen les van de directeur en zeven leraren.

De eerste grote verbouwing van de school is in 1907 en 1908: op het dak wordt een tekenzaal geplaatst en aan de achterkant komen vier leslokalen.
Na de Eerste Wereldoorlog is er behoefte aan nog meer lokalen, maar de gemeente besluit voortvarend tot nieuwbouw op dezelfde plaats. Gemeentearchitect De Zeeuw ontwerpt tussen 1919 en 1922 een paar gebouwen met grootstedelijke allure. Helaas, de gemeentekas is leeg en er gebeurt dus niets. Gelukkig zijn in CODA Archief de prachtige tekeningen bewaard gebleven. Het ruimteprobleem wordt in 1922 opgelost door op de uitbreiding van 1908 nog eens vier lokalen te plaatsen. Door alle op- en aanbouwsels is het oorspronkelijk ontwerp inmiddels flink verknoeid.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog is de school jarenlang gebruikt door Duitse geneeskundige troepen en na de bevrijding maken de Canadezen nog lang gebruik van het gebouw, tot ze het volledig uitgewoond overdragen aan de school. Er volgt een lange periode van 'voorlopig onderhoud', maar midden jaren vijftig valt opnieuw het besluit tot afbraak van het oude gebouw. Er komt een nieuwbouwplan dat op dezelfde plek in fasen zal worden gerealiseerd. In 1958 wordt fase I uitgevoerd: de afbraak van het piepkleine gymlokaal gevolgd door de bouw van een moderne gymzaal met een demontabel toneelpodium. In 1961 volgt een stukje van fase 2: nieuwbouw van negen lokalen aan de Oranjelaan. En dan is het geld weer op: geen vaklokalen, geen sportzaal en geen afbraak van de oude school en een nieuw hoofdgebouw.
Het schoolterrein wordt gedurende de daaropvolgende twintig jaar volgebouwd met noodlokalen. 

In de jaren zeventig zijn er plannen om het oude pand te verkopen aan een projectontwikkelaar, die het kan 'amoveren' om er villa's te bouwen. De school zou dan nieuwbouw krijgen ten noorden van de Anklaarseweg… De schoolgemeenschap verzet zich, met succes. Na het honderdjarig bestaan (1977) beginnen nieuwe gesprekken met als uitgangspunt: behoud van het oude gebouw. Na uitvoerige inspraak komt er een plan van architectenbureau Van den Broek en Bakema, projectarchitect G.Lans. Na tien jaar voorbereiding, uitstel, bouwstop voor scholen en bezuinigingsrondes start in de zomer van 1988 eindelijk de renovatie van het oude gebouw, nieuwbouw van een daaraan gekoppeld lesgebouw en twee gymzalen. De bestaande gymzaal wordt aula. De oranjevleugel uit 1961 wordt met het hoofdgebouw verbonden. Bij de renovatie worden de opbouwsels en aanbouwsels uit 1907, 1908 en 1922 gesloopt, zodat het oude gebouw zijn oorspronkelijke vorm terugkrijgt. Ook de indeling van de binnenruimtes is voor het grootste deel die van 1877. Op 25 oktober 1989 is de feestelijke opening.

Het oude schoolgebouw is gemeentelijk monument en in de klokkentoren hangt een rijksmonument: een luiklok uit 1621.

Jan Heerze, Harmke Vlot, Jan Wentzel, Een beeld van een school (Rijswijk 2002)

Info ReactiesAfbeeldingenVoorwerpen Meer fotosites Streetview