terug

Defilé langs de Kleihoop

Defilé langs de Kleihoop

Molenberg 1, Lieren

Eind jaren dertig van de vorige eeuw vond er in Lieren een uitzonderlijk Defilé plaats. Het was mobilisatietijd, vlak voor het uitbreken van de TweedeWereldoorlog. Het leger was in uiterste paraatheid en 't volk leefde in grote onzekerheid en spanning wat er te gebeuren stond. Door het hele land waren troepen ingekwartierd bij boeren op het erf of in openbare gelegenheden. De militairen brachten geen enkele informatie naar buiten ook al had je ze op eigen erf en was je nog zo eigen met elkaar.

Willem Hartgers
Willem Hartgers was een boerenzoon van 24 jaar, hij woonde in de eerste boerderij aan de Molenberg in Lieren, de weg liep vanaf de Molenvaart langs hun boerderij en maakte meteen achter de schuur een bocht naar links richting Oosterhuizen. Als jongste zoon moest hij, zoals in die tijd gebruikelijk, meewerken op de boerderij. In vroeger jaren werd een broek of kiel maar zo niet afgedankt en de meeste mensen liepen door de week dan ook met uitgestukte kleren en alleen als ze ergens heen moesten of op zondag deden ze hun goede kleren aan.

Mina Bresser
Boerendeerns gingen in die tijd meestal uit dienen. Zo ook Mina Bresser van De Haar, tegenwoordig De Wolfskuilen genoemd. Ze ging dienen op het landgoed Ruiterserve aan de Kikvossenbrink, tegenwoordig de Tullekensmolenweg, voor kost en inwoning zoals dat toen heette.
Mina had een best werkhuis bij de familie Kaars Sijpesteijn, Meneer Pieter Hendrik, zijn vrouw Sylvia Leontine Schoggers, de beide jongens Sylvio en Piet Hein en dochtertje Ineke. De kinderen waren klein en gingen nog maar nauwelijks naar school. Meneer was een rustige man maar kon ook heel spontaan en hartelijk zijn. Hij was afkomstig uit de Zaanstreek maar omdat de Veluwse boslucht zijn gezondheid goed deed was hij naar Beekbergen getrokken. Mevrouw was van Indische afkomst en gewend om met personeel om te gaan. Beiden haaden elkaar leren kennen toen de familie Schoggers met verlof uit Indië was en logeerde op 'Rauwenhul'.

Ruiterserve
De familie Kaars Sijpesteijn hoorde tot de zogenaamde notabelen van het dorp. De grote villa bood buiten de familie zelf genoeg ruimte voor het dienend personeel en op de achtergelegen molen en boerderij liep ook nog het nodige personeel rond. Ondanks de crisisjaren leidde de familie een onbezorgd bestaan en liepen molen en boerderij goed. Mina zwaaide de scepter over het huishoudelijk gebeuren en de keuken. Meneer en mevrouw waren hartelijke mensen, een beter werkhuis kon ze zich niet wensen. De kinderen konden bij Mina wel een potje breken dat meneer en mevrouw er haast jaloers op zouden worden, een hechte gemeenschap daar op Ruiterserve. In de omgeving werd meneer vaak alleen met de naam Sijpesteijn aangesproken of ook wel met Sijp.
Mina had al een paar jaar verkering met Willem van de Molenberg en als Willem over een paar jaar de boerderij van zijn vader over zou nemen was zijn grootste wens met Mina te trouwen. Meneer Sijpesteijn was erg Konings- en Vaderlandsgezind, het personeel werd zelfs door hem aangespoord betrokken te zijn bij het Vaderlands gebeuren en de feestelijkheden van ons Koningshuis. Hij was zijn tijd ver vooruit want vanwege de verloving van Juliana en Bernhard en later de geboorte van Beatrix, was de Villa van onder tot boven versierd met honderden lampjes. De mensen in de omgeving machten raden hoeveel lampjes er verwerkt waren.

Mobilisatie
Toen er tijdens de mobilisatie in 1939 troepen op Ruiterserve werden ingekwartierd vonden ze bij Sijp een hartelijk onderdak. Meneer stelde zijn stallen ter beschikking voor de paarden en de soldaten hadden hun bivak opgeslagen op het landgoed rondom. Het personeel wist hoe ze zich moesten gedragen tegenover de militairen en er werd geen woord naar buiten gebracht want er kwamen nogal eens wat hoge pieten langs zoals Luitenant Kolonel van de Wall-Bake, die tijdelijk zijn intrek nam bij de familie in huis. Hij was overste van de Huzaren van Boreel, stond in nauw contact met de Koningin Wilhelmina en deze was dan ook regelmatig op Ruiterserve te zien. De kinderen mochten oom Aard tegen de Kolonel zeggen en zo won meneer zijn vertrouwen bij onze vorstin en het militaire volk.

Onverwachte gasten
Het dagelijks leven ging gewoon door, ook bij Willem aan de Molenberg. Toen hij op zekere dag achter de boerderij liep op weg naar de schuur kon hij nog net op tijd aan de kant springen voor de automobiel van meneer Sijpesteijn die zo bij hun het erf op kwam scheren. De deuren vlogen open en nog voor Willem besefte wat er aan de hand was sprongen meneer en mevrouw uit de wagen gevolgd door de meiden met hun gesteven witte schorten en kapjes op het hoofd. Mina was er ook bij en ze schrok dat Willem er zo bij liep in zijn uitgestukte kleren. "Had je niet wat beters aan kunnen trekken voor dat we kwamen?" "Hoe kan ik dat nu doen", zegt Willem, "als ik niet weet dat jullie komen?" Maar het spul was al op weg voorbij de schuur naar de tip waar de Molenberg, Molenakker en Het Haselt bij elkaar komen. Wat is hier toch aan de hand dacht Willem en hij liep naar de weg om te kijken waar het hele spul heen ging. Nauwelijks bij de weg kwam er weer een grote slee aan rijden die aan de overkant bij Reinder de Groot achter het huis stopte, ondertussen kwamen van alle kanten militairen aan lopen, de deur van de slee werd open gehouden en daar stapte tot Willems grote schrik Koningin Wilhelmina uit. Ze was heel sober gekleed in soldatengroen. De militairen sloegen de hand aan de pet en de Koningin recht voor zo'n hoge Piet, op de haar zo eigen toon, "waar kan ik me opstellen!?" ze werd begeleid naar de "kleihoop!".

De kleihoop

Achter de schuur bij Willem langs de kippenren liep een heg en in die heg hadden wegwerkers van de gemeente een vracht klei liggen. Die klei werd gebruikt om de kuilen en gaten in de zandwegen mee dicht te gooien. Willemientje werd op die hoop geholpen, vanwaar ze een goed uitzicht had, en zou vanaf die plaats een uitzonderlijk "defilé" volgen. Het leger dat in uiterste paraatheid was werd door onze vorstin geïnspecteerd en omdat dit alles in het grootste geheim gebeurde was ook niemand op de hoogte. Bij toeval kon Willem dit alles aanschouwen. Vanuit Oosterhuizen kwam een grote parade aangemarcheerd zo voor de Koningin langs de Molenakker in en verdween in de richting van Beekbergen. Voorop reed te paard Luitenant Kolonel van de Wall-Bake, bij onze vorstin stapte hij af, kwam recht voor haar staan, salueerde en begon met zijn sabel te zwaaien zo dichtbij dat Willem dacht dat de neus van Willemina er af zou vliegen. Het hele gebeuren werd op film gezet door meneer Sijpesteijn. Hij was een verwoed amateurfilmer en heeft door zijn manier van filmen heel wat historische plaatjes vastgelegd op de gevoelige plaat. Door het vertrouwen dat hij had gewonnen bij de Koningin en het militaire gezag was hij op de hoogte van dit gebeuren en wist bij hoge uitzondering toestemming te krijgen dit alles op film vast te leggen. In zijn enthousiasme trommelde hij de deerns uit de huishouding en de keuken bij elkaar en zo waren ze dus met z'n allen getuige van het defilé. Meneer had zich opgesteld recht voor het huis van Reinder de Groot en vanaf die plek kon hij zowel onze Koningin als de troepen in 't vizier krijgen. Paarden, tanks, kanonnen, voertuigen en veel soldaten met volle bepakking defileerden voor hun langs. Een indrukwekkend schouwspel. Na afloop toog Wilhelmina weer in de richting van Apeldoorn. Willem en Mina konden nog even een paar woorden met elkaar wisselen en toen togen Meneer en Mevrouw met hun gevolg weer richting Ruiterserve. Het gewone leven werd weer hervat alsof er niets gebeurd was.
Films van meneer Sijpesteijn bevinden zich in de collectie van CODA Archief. Zijn opnamen van het defilé kunt u bekijken door hieronder de tab 'Video' aan te klikken.

Donkere jaren
Niet lang daarna brak de oorlog uit. Meneer Kaars Sijpesteijn zette zich in voor Konigin en Vaderland en hield zich o.a. bezig met het financieren van de Engelandvaarders. Ondanks dat zo min mogelijk mensen op de hoogte waren van wat hij deed en iedereen wist te zwijgen, is meneer op 16 april 1941 opgepakt door de bezetter. Hij zat o.a. gevangen in Arnhem, Utrecht, en het 'Oranje Hotel' in Scheveningen. Hij is uiteindelijk op een gruwelijke manier in Vucht omgekomen op 19 februari 1943.
Een bijzondere man was heen gegaan; een man die een zware prijs heeft betaald, hij heeft zich letterlijk gegeven voor Koningin en Vaderland. Een geweldige schok voor de familie en personeel, een schok die ze nooit te boven zouden komen. De films zijn gelukkig bewaard gebleven en zijn in later jaren door de familie geschonken aan het archief in Apeldoorn.

Elk jaar op 4 mei herdenken we de gevallenen van de Tweede Wereldoorlog, de naam van Pieter Hendrik Kaars Sijpesteijn staat in het herdenkings monument gegraveerd in het Teixeira de Mattos park in Beekbergen.

Ingezonden door: Willy Rouwenhorst-Hartgers

Info ReactiesAfbeeldingenVideo Streetview